Nieuw weblog !!!
7 december 2011Vanaf heden staat ons blog op http://genietenvannatuur.blogspot.com/

Vanaf heden staat ons blog op http://genietenvannatuur.blogspot.com/

28-11-2011 Teruglezend
Tsja, dit blog houdt binnen nu en twee weken op met bestaan. Niet omdat wij er mee ophouden, maar omdat de webmasters er mee op houden. Door te veel spam en te weinig echte berichten. Jammer, maar het is niet anders. We hopen snel een andere plek voor onze blogjes te vinden.
De berichten teruglezend zien we onze ontwikkeling op gebied van insecten, in een paar jaar tijd.Begin 2009, nog zo onwetend (al wisten we al heel wat). Wat hebben we in die paar jaar ontzettend veel gezien en geleerd. Ook in 2011 hebben we weer enorm veel kennis opgedaan, want als coördinatoren van een vlinderwerkgroep moet je je nog meer inzetten en verdiepen. We hebben er veel plezier van, want we mogen in een aantal gebieden inventariseren, van de paden af. Wat wil een natuurmens nog meer dan lekker struinen en zoeken?!
In ons vorige blogje schreven we over he vreemde weer in 2011; een zeer warm en droog voorjaar, gevolgd door een koele en natte zomer. We kregen inderdaad een mooie nazomer, en zelfs nu, eind november, hebben we nog steeds geen last van vorst maar overdag temperaturen van ongeveer 10 graden. Erg weinig regen.
Misschien vinden we een nieuwe plek voor ons blog, misschien ook niet.

Al een tijd niets geplaats op dit weblog. Druk, druk, druk… Maar vanaf nu weer een poging om regelmatig iets te plaatsen.
De paden in een mensenleven nemen wel eens een onverwachte afslag, soms leuk, soms niet. Zo is ons leventje ook behoorlijk veranderd in een jaar tijd, gelukkig op een leuke manier. We liepen al een paar jaar regelmatig flinke afstanden door Nederland, zo’n 25 tot 30 km per keer. Heerlijk, we kwamen op de mooiste plekjes en zochten graag ergens tegen het einde van de etappe een plek om een heerlijke picknickpauze te houden. We gingen ons echter steeds meer interesseren voor vlinders en andere insecten, en het lopen van 25 to 30 km op een dag werd steeds lastiger. Tsja, als je een uur of langer doet over een stukje van 500 meter, omdat er zoveel aan beestjes zit… We moesten dus ergens een keuze gaan maken. Lopen vonden we heerlijk, maar die verrekte beestjes hielden ons op.
En toen, geheel onverwacht, namen Remco en ik op 1 januari 2011 het coördinatorschap van Vlinderwerkgroep IVN Eemland over. We wisten al wel het een en ander van vlinders, maar het leiden van een vlinderwerkgroep is natuurlijk wel even iets anders. Daarnaast zouden we niet veel tijd meer hebben om langere afstanden te lopen. Maar ja, die vlinders en andere insecten, ze waren wel erg leuk! Vol frisse zin gingen we aan de slag. We hadden er plezier in, die vlinders mochten wel komen! Natuurlijk moesten we, afgezien van de Wintervlinders en andere vroege soorten, nog even geduld hebben voordat de vlinderexplosie zou komen. Eindelijk was het zover, de lente was aangebroken, en hoe! Weken lang was het zonnig en zomers weer, hartstikke droog en flink warm. De vlinders tierden welig, we hadden genoeg te zien en te determineren. Dat beloofde veel goeds voor de zomer! Toch? Nou, dat viel dus flink tegen… Hier toch een leuk plaatje.
Begin juni gingen we op vakantie naar Zuid Frankrijk. Op dat moment sloeg het weer in Nederland om van droog (kurkdroog), naar regen (heel veel regen). Gelukkig konden we in Frankrijk nog 2 weken genieten van veel vlinders en andere insecten. Terug in Nederland was het flink afkicken; slecht weer en weinig tot geen vlinders. En dit duurde geen twee weken, maar twee maanden!!! Wat een domper, wat een flutzomer! Ook nu ik dit schrijf komt de regen weer met bakken naar beneden. Geen weer voor vlinders.
Zou het dan heel misschien wel een mooie nazomer worden??? Voor de meeste vlinders zal dat trouwens nog maar weinig uit maken: de ene soort heeft last gehad van het extreem warme en vooral droge voorjaar, andere soorten hadden te kampen met extreem veel hemelwater en regenden gewoon stuk. Hoe zal het volgend jaar met de vlinders zijn?!

Beestjes, ze zijn er weer!
Het is nog winter, maar af en toe is er zo’n dag. Zo’n dag dat het zonnetje schijnt en er geen gure wind is. Zo’n dag om je te koesteren in het prille zonnetje, met de belofte van het naderende voorjaar. Zo’n dag dat ook de beestjes in de natuur actief worden. Je ziet de eerste vliegjes en de vlinders van de Voorjaarsspanners laten zich weer zien. Er zit ergens een Perentak (nachtvlinder) of je vindt opeens een insect in je huis.
Zo vonden wij op 13 februari 2011 een Kleine wespenbok (kever, boktor) in ons huis. Het is een kever met lange poten en een zwart lichaam met gele strepen. Prachtig!
Tijdens het zoeken naar beestjes in een heidegebied, schrok ik me wezenloos toen er vlak naast me een Houtsnip opvloog. Een Houtsnip is een vogel die volledig vertrouwt op zijn schutkleur en heel lang in het struikgewas blijft liggen. Pas als het hem te heet onder de voeten wordt vliegt hij op. Zonder te roepen, maar wel altijd met luid geflapper van vleugels door het struikgewas.
We zagen een rupsje en een paar kevers, en we wilden nog even kijken in het hoekje waar zich een kolonie zandbijtjes bevindt. Ook al was het een zonnige dag, het leek er op dat er nog geen zandbijtjes actief waren. Te vroeg in het seizoen.
Toch ontdekte Remco twee zandbijtjes, waarvan er eentje sloom voor zich uit zat te staren. We konden vrij makkelijk foto’s maken, en dachten een Grijze zandbij op de foto te hebben gezet. Het was alleen wel erg vroeg in het seizoen, dus vroegen we bevestiging op het forum van Waarneming.nl
Al snel kregen we de reactie dat de bijtjes inderdaad Grijze zandbijtjes waren, maar ook dat ze met een speciale reden zo vroeg in het seizoen al actief waren. Die speciale reden was een rood puntje wat tussen de segmenten van het achterlijf van het bijtje uitstak. Daar zat een parasiet genesteld, een Zandbijwaaiertje – Stylops melittae.
Stylops mellitae is een parasiet. De larve nestelt zich op de achterlijfsegmenten van een (in dit geval) Grijze zandbij en haalt zijn voeding uit de bij. Alleen de mannetjes Stylops komen tot het volwassen stadium, de vrouwtjes blijven in hun omhulsel en krijgen geen vleugels. Het lijkt er op dat de parasitaire vrouwtjes Stylopsen een stof afscheiden die de Zandbij suf maken, waardoor de mannetjes Stylopsen meer kans hebben om te paren. Al met al een leuke en interessante waarneming waar men weer iets van leert.
Zie hier voor meer info.
Zie voor foto’s van de verschillende aangetroffen vlinders, kevers en andere beestjes hier. En het bewuste topic kan je ook bekijken.

Vrijdag 2 juli 2010
Tjonge jonge, wat is het warm! Temperaturen boven de 30 °C, ’t is wat. Als je alleen maar met je ogen knippert breekt het zweet je al uit: het is echt zomer! Maar als wij het al zo warm hebben, hoe gaat het dan met alle jonge vogels onder dakpannen en in nestkasjes?
Het duurde dit jaar even voordat we tijd (en goed weer) hadden om te kijken of er ook nu Gierzwaluwen onder onze dakpannen zouden duiken. We waren hier namelijk een klein beetje bezorgd over omdat er dit voorjaar 2 nestkasten voor de Gierzwaluwen zijn opgehangen, misschien zouden de vogels wel worden afgeschrikt door de gewijzigde situatie… We zagen en hoorden ze al wel vanaf eind april/begin mei, dat was in ieder geval al iets. Maar gelukkig, afgelopen week was het dan zover: de nestkasten blijken geen probleem of obstakel voor ze te zijn, er wordt weer genesteld onder de pannen!
’s Avonds vliegen ze luid gierend langs het huis, prachtig! Dat geluid hoort wat mij betreft zo bij de zomer, bij zwoele avonden, bij genieten van de natuur. Maar hoe leuk ook, de afgelopen week was het wel heel warm en dat gaat niet echt veranderen de komende dagen. We hopen dan ook maar dat als er jonge giertjes onder onze pannen zitten, dat ze er goed doorheen komen… Want met dit weer vallen zelfs de mussen van het dak!
En over mussen gesproken; dolle pret bij ons in en rond de tuin! We hebben de groep Huismussen zien groeien. Eerst zaten de jongen te bedelen om voer, later haalden ze het zelf uit de silo’s. We denken dat er intussen meer dan 30 Huismussen rond ons huis wonen. Ze gebruiken de 3 voersilo’s massaal, jagen elkaar weg om zelf ook een hapje te kunnen eten. Een mooi gezicht!
De Koolmezen hebben succesvol in het nestkastje bij het raam gebroed. Pa en ma Koolmees vlogen af en aan met rupsen en insecten, soms dwars door de groep luidruchtige mussen heen. En soms, heel soms, namen ze even de tijd om zelf wat te eten bij een voersilo om daarna direct weer op zoek te gaan naar vers voer voor de jongen.
De tuin tiert weer welig; de teunisbloem krijgt elke avond prachtig nieuwe, gele bloemen, die ook nog eens heerlijk ruiken. De lavendel heeft het prima naar de zin en staat er lekker paars bij. De kamperfoelie heeft het wel een beetje moeilijk met de warmte en droogte, maar over het algeheel genomen staat het meeste er nog goed bij.
Nog even terug naar de Gierzwaluwen; de nieuwe nestkasten hebben ze nog niet in gebruik genomen. Het duurt eigenlijk ook altijd minimaal een jaar voordat ze in gebruik genomen worden door de zwaluwen. Vaak komen er eerst ook andere vogels in, zoals Spreeuw en Huismus. Voor de Gierzwaluwen dan ook vaak een teken dat het om een bewoonbare ruimte gaat en ze daar volgend jaar misschien wel gebruik van kunnen maken. In de herfst of winter wordt er waarschijnlijk gekeken of de kasten bewoond zijn geweest en dan eventueel schoon gemaakt. We zullen dus nog wel even moeten wachten voordat we weten of er dit voorjaar al gebruik van de nestkasten is gemaakt.
Voorlopig genieten we nog met volle teugen van het gegier in de lucht en om het huis, want voor je het weet zijn ze al weer op weg naar Afrika.
Kijk hier voor een filmpje over de mussen die vechten om voer.

Hmmmm, wat is dit lekker! Een strakblauwe lucht, en nog zonder vliegtuigen ook! Een grote wolk vulkanische as vanaf IJsland houdt vliegtuigen aan de grond, maar laat de zon gelukkig door. Waar er normaal gesproken elke paar minuten wel een vliegtuig over komt, is het nu een zee van rust. Geen geluiden van vliegtuigen maar wel heel veel zoemende insecten. Heel vervelend voor de gestrande reizigers, maar wij genieten er van! Samen met de stralende voorjaarszon, fris groene blaadjes, voorjaarsbloeiers, vlindertjes, bijtjes, wespjes en nog veel meer maakt dit het tot een ultiem lenteweekend.
De spreeuw zingt momenteel het hoogste lied, schitterend! De mussen tjilpen en zijn blij met de voersilo’s. In de straat hebben we 2 groenlingen gezien met nestmateriaal, pimpelmeesjes, koolmeesjes en kauwtjes komen haren voor hun nest halen. We hebben namelijk paardenhaar opgehangen, de vogeltjes vinden dit erg fijn voor hun nestjes.
In de tuin hebben we dit weekend al weer heel wat beestjes gezien, maar ook daarbuiten tiert het welig. De eerste dagvlinders zijn al een tijdje te zien, in de tuin al Boomblauwtjes, Geaderd witje, Dagpauwoog, Citroenvlinder en Gehakkelde aurelia gehad. Maar naast vogels en dagvlinders ook veel ander grut. Bijtjes, wespjes, vliegen, kevertjes, het kan niet op. Ook veel soorten spinnen in de tuin. Mooi hoor, maar ik blijf liever bij ze uit de buurt.
De katten zijn ook dolblij met het mooie weer, ze zijn niet uit de tuin weg te slaan! Ze zoeken de beste plekjes op om in het zonnetje te luieren, en als het te warm wordt zoeken ze de schaduw op om even af te koelen.
En omdat de tuin hard aan een onderhoudsbeurtje toe was zijn we vandaag niet gaan lopen, maar hebben we de dag in de tuin door gebracht. Het meeste is nu weer gesnoeid en geveegd. De kliko zit boordevol. Nog ruim anderhalve week voordat ie geleegd wordt… Maar, de tuin ziet er weer redelijk strak uit (voor zover dat bij ons kan). De bloemknoppen van de Blauwe regen en de Malus (sierappel) zagen we groeien vandaag! De kwee en het krentenboompje staan fantastisch te bloeien en de geur van de blauwe druifjes is bijna bedwelmend.
Een weekend met een strakblauwe lucht en zonder vliegtuigen. Wanneer zullen we dat nog eens mee maken?! We hebben er volop van genoten en zijn ons van de unieke situatie bewust. Als het vliegverkeer al eens plat ligt, vliegt er toch meestal wel het één en ander in de lucht aan ijzeren vogels. Daarnaast vallen dat soort dagen normaal gesproken ook op slechte dagen, dagen dat je niet lekker in de tuin kan zitten. Maar nu, juist nu was het heerlijk!!!
We hopen dat dit een voorbode is van een stralend voorjaar en daarop volgend een stralende zomer! Nog een weekje en de gierzwaluwen gaan arriveren. We kunnen niet wachten! Gisteren en vandaag hebben we de lucht al afgespeurd in de hoop op… Maar nee, we moeten nog even geduld hebben! Nog even wachten op het ‘geskriiiieee’ van de Apus apus Nog even wachten of ze dit jaar al gebruik gaan maken van de nestkasten. Nog even wachten… Maar niet lang meer!

Ik spreek regelmatig met iemand af om een gebiedje te bezoeken. Gewoon om te kijken wat er aan rupsjes, vlinders, libellen en ander klein spul te vinden is. De zeldzame soorten krijgen wat extra aandacht, maar over het algemeen bekijken we alles wat we tegen komen.
We hebben intussen al weer verschillende gebiedjes bekeken en al heel wat leuks gezien. De eerste Bruine winterjuffers bijvoorbeeld. Deze juffertjes (kleine libel) houden in rust de vleugels aan één kant van het lichaam gevouwen. Ook de eerste rupsen beginnen weer te komen en we zagen dat de Heidehaantjes alweer actief zijn. De Heidehaantjes betekenen dus dat de komende zomer de heide niet paars maar bruin zal zijn. Jammer, maar dan maken we wel weer kans op de Hiërogliefenlieveheersbeestjes, die leven van de larven van de Heidehaantjes.
Afgelopen donderdag zijn we met een paar leden van de vlinderwerkgroep op zoek gegaan naar nachtvlinders. De coördinator had een paar dagen van te voren een mengsel gemaakt. In de tussentijd was het mengsel lekker gaan gisten, sommige vlinders zijn er dol op. Een uur voor zonsondergang had ze 3 bomen voorzien van een kring van ‘smeer’, het mengsel. Toen we rond 19.15 uur langs de bomen liepen zagen we verschillende nachtvlinders die op het smeer waren afgekomen. De kleine uiltjes waren aan het smikkelen van het goedje, maar ook mieren vonden het lekker. We kwamen in de schemering bij een heideveldje en zagen daar meerdere nachtvlinders, vooral de mannetjes van de Grote voorjaarsspanner waren goed vertegenwoordigd.
Op de terugweg kwamen we weer langs de bomen met smeer. Nu zaten er veel meer nachtvlinders op de bomen. De meeste waren van hetzelfde soort, maar we zagen ook vrouwtjesvlinders van de Grote voorjaarsspanner (ze hebben kleine vleugeltjes) en nachtvlinders die een heel andere tekening en grootte hadden dan de ‘standaard’ vlindertjes.
We hebben aangetroffen:
23 Grote voorjaarsspanner – Agriopis marginaria (waarvan 3 vrouwtjes)
1 Roodkopwinteruil (zeldzaam) – Conistra erythrocephala (schaars waargenomen in provincie Utrecht)
3 Bosbesuil – Conistra vaccinii
20 Kleine voorjaarsuil – Orthosia cruda
6 Tweestreepvoorjaarsuil – Orthosia cerasi
6 Dubbelstipvoorjaarsuil – Perigrapha munda
1 Gewone zakdrager – Psyche casta
1 Acleris notana/ferrugana
4 Voorjaarsbladroller – Tortricodes alternella
Zie voor onze foto’s op http://pionierspad.wandelavonturen.nl/#188.109
Ook al hebben we zelfs gedurende de winter vlindertjes gezien, nu de lente is begonnen merk je dat het aanbod qua soorten weer groter wordt. Dagvlinders beginnen weer te vliegen, maar ook andere insecten laten zich weer zien. We zijn benieuwd wat we dit jaar allemaal gaan tegen komen!

We leven nu pas 3 dagen in maart, maar al die dagen hangt de lente in de lucht. Het zonnetje schijnt regelmatig en de vogels genieten hier overduidelijk van. Ook is sinds 1 maart de site Beleef de Lente van de Vogelbescherming weer on line en kunnen we meegenieten van verschillende soorten vogels die hopelijk een nest gaan bouwen. Ook al hebben we weer een periode met nachtvorst, het is duidelijk dat Lente het gevecht van Winter gaat winnen. Het kan niet lang meer duren, de overwinning is nabij!
Vandaag had ik mijn wekelijkse vrije dag en na een uitstapje ’s ochtends dook ik de tuin in. We maken de tuin nooit ‘winterklaar’ door al het blad en plantenmateriaal te verwijderen. Veel mensen vinden dat je een tuin winterklaar moet maken omdat het er dan netjes uit ziet. Ja, dat klopt… Maar in nette tuintjes hebben beestjes weinig kans. Vogels willen niet scharrelen in een net aangeharkte, kale tuin. Op een kale bodem is weinig te vinden, juist tussen de afgevallen bladeren zitten enorm veel insecten verstopt. En niet alleen de insecten worden door dit dekbedje van blad beschermd tegen de koude winter, ook de planten zelf hebben er baat bij. En in de loop van de herfst en winter verteert een deel van het blad; goede compost voor de tuin. En je hoeft er niets voor te doen, het gebeurt gewoon vanzelf! Het scheelt je een boel tijd en flora en fauna in en om je tuin varen er wel bij. De buren zullen er misschien niet altijd even blij mee zijn, maar zeg nou zelf; al die strakke tuintjes die op elkaar lijken… Zoooo saai! Maar goed, ieder zijn eigen smaak.
In de achtertuin scheen de zon, heerlijk! Zonder jas naar buiten, wat een genot! Ik begon met het verwijderen van de oude bladeren van de iris. Ergens had ik verwacht dat er misschien een salamander onder verstopt zou zitten, maar nee. Wel een klein rupsje (Huismoeder?), lieveheersbeestjes en een micro-vlindertje (een vedermotje). Ik had hem duidelijk gestoord: driftig fladderend met z’n kleine vleugeltjes zocht hij een ander plekje op. Het vlindertje bleef maar niet stil zitten en vloog de tuin uit voor ik hem op de foto had kunnen krijgen. Door al het gefladder had ik ook niet goed naar de vleugeltjes kunnen kijken, het zal dus altijd een raadsel blijven welk vedermotje dit is geweest.
In het rotstuintje hadden een aantal crocusjes, hun koppies alweer boven de grond uitgestoken, om mooi paars en geel te zijn. In een hoekje in de tuin zag ik een toefje scilla’s in bloei en de witte sneeuwklokjes stonden ook te pronken. De knoppen van veel planten en struiken beginnen langzaamaan wat groter te worden. Vogels raken steeds meer in de ban van het vinden van een partner en nestruimte. Het spat er nog niet helemaal vanaf, en ook ruik je die speciale, frisse, lentegeur nog niet, maar je voelt de spanning in de natuur.
In de voortuin (schaduwkant) hangt een nestkastje, ooit door mijn opa gemaakt. Er zit een klein stokje bij het in/uitvlieggat. Helemaal fout als je dat zo hoort, maar bij ons lijken ze het wel prettig te vinden. Het kastje hangt met de zijkant vlak tegen het raam van onze woonkamer aan (ook dat schijnt ze niet te storen) met vlak boven het nestkastje een kleine ‘overstek’ van de 1e verdieping van het huis. Twee jaar terug heeft er een koolmezenpaartje succesvol in gebroed, vorig jaar is de kast regelmatig bezocht door pimpel- en koolmezen, maar is er niet in gebroed. Afgelopen winter kwamen er regelmatig pimpel- en koolmezen schuilen. Vandaag kwam er een pimpelmees, eerst voorzichtig vanuit het krentje om zich heen kijkend, steeds dichter naar het huisje toe. Hij sprokkelde nog wat moed bij elkaar en ging op het stokje van de nestkast zitten. Keek om zich heen en keek voorzichtig in het huisje. Om zich heen, in het huisje, om zich heen, in het huisje. Het zag er schattig uit, zo’n klein vogeltje op zoek naar een mooi plekje dat zijn toekomstige partner genoeg kan bekoren. Heel eventjes verdween het pimpeltje in het huisje maar vloog al snel weg. Even later kwam er een stoere koolmees naar het huisje toe. Deze was duidelijk meer op zijn gemak dan de pimpelmees. Vanaf het stokje gluurde hij naar binnen en tikte eens wat tegen de rand van de opening. Huisje in, en eruit met een wit ietsje in zijn snavel. Dit tafereel herhaalde zich een paar maal. Waren het vuiltjes die werden verwijderd (uitwerpselen van de mezen die er afgelopen winter af en toe hebben overnacht?) of waren het insectjes? Ik vermoed het eerste. Grappig om te zien was dat de koolmees ook gelijk de pimpelmees weg joeg als ie ook maar in de buurt kwam. Duidelijk een geval van territoriumdrift!
Bij het werk in de voortuin kwam ik een frisgroene rups tegen van de Agaatvlinder, maar ook lieveheersbeestjes, een suffe regenworm en een bruine rups (Huismoeder?). De sneeuwklokjes staan vrolijk te bloeien, verschillende kleuren crocussen en ook de cyclaampjes staan er leuk bij. De knoppen van de kwee staan op springen en het toverhazelaartje dat we vorig jaar van mijn moeder hebben gehad heeft prachtig gele bloempjes. Lang leve het voorjaar!
Vanmiddag zaten er, behalve een groepje huismussen, 4 puttertjes op de vetbollen in de het Malusboompje. Prachtig gekleurde vogeltjes!

Op zaterdag 27 februari was het zover, onze twee nestkasten voor de gierzwaluwen werden opgehangen. Mooi op tijd voor de aanvang van het broedseizoen. Over zo’n anderhalve maand arriveren de eerste gierzwaluwen al, hoera!
Met twee man sterk zouden ze de kasten op komen hangen maar helaas werd er één opgeroepen voor de storingsdienst. Het was gelukkig geen probleem, ook in zijn eentje kon de Handige Man de kasten wel ophangen. Zijn zoontje keek toe en hielp af een beetje. De lange ladder die was meegenomen werd uitgeschoven tot vlak onder de nok. De Handige Man klom omhoog en bekeek de plek waar we de gierzwaluwen hadden zien verdwijnen. Er zat inderdaad voldoende ruimte tussen de pannen en toen hij de pan iets optilde kwam hij met het heugelijke nieuws dat er inderdaad een nest had gezeten! Helemaal geweldig natuurlijk, nu weten we het echt zeker. Bij andere dakpannen leek ook nog voldoende ruimte te zijn voor gierzwaluwen, dus met een beetje mazzel hebben we straks onze eigen kolonie!
De 1e kast werd bevestigd, schuin onder het dakoverstek, in de buurt van de nestingang onder de pannen. De 2e kast werd aan de linkerkant van de muur bevestigd, horizontaal. Gaaf zeg, twee nestgelegenheden erbij! We gaan kijken of er dit jaar gebruik gemaakt gaat worden van de kasten en zo ja, door wie. Het is een lastige plek om in de gaten te houden, maar we gaan ons best doen!


Half februari, het is nog volop winter. Vorst en sneeuw doen dag en nacht hun best om het van de aankomende lente te winnen. Geen weer voor insecten zou men denken, maar zoals in eerdere blogs al te lezen was valt dat enigszins mee. Zo liepen we 13 februari over de heidevelden rondom Hilversum toen Remco de eitjes van de Heideringelrups vond.
Vlinders hebben verschillende manieren om de winter door te komen; als eitje, als rups, als cocon/pop of als volwassen vlinder. De rupsen verstoppen zich meestal goed tussen planten, een cocon kan aan een plant hangen maar kan zich bv. ook onder de grond bevinden. Soorten die als imago (vlinder) overwinteren zijn bv. Dagpauwoog, Kleine vos en Citroentje. Ze zoeken aan het eind van de zomer of in de herfst een beschut plekje waar ze de winter door kunnen komen. Dit kan bv. een schuurtje of een zolder zijn. Zo hangt er bij ons in de schuur al sinds eind augustus een Dagpauwoog in de schuur, wachtend tot de temperaturen weer oplopen. Deze vlinders hebben liever een strenge winter dan een kwakkelwinter. Dat klinkt misschien gek, maar het komt omdat de vlinders actief worden als de temperatuur stijgt. Het kost ze veel energie om hun lijfje weer ‘wakker’ te krijgen, en als het dan weer gaat vriezen hebben ze voor nop hun energie verspild. De winters 2008/2009 en 2009/2010 waren goed koud en dus goed voor de vlinders.
Terug naar de eitjes van de Heideringelrups, een nachtvlinder. Zoals de naam al aangeeft is het een vlinder die voornamelijk op heide voorkomt. Het legsel was een mooi kunstwerkje van een zeldzame vlinder: een paar honderd eitjes waren in een brede band rondom een kaal heidetakje gelegd, keurig tegen elkaar aan geplaatst. Zo rond april-mei komen de eitjes uit en beginnen de rupsen te eten en te groeien. De rupsen zijn harig en mooi gekleurd met geel/oranje en blauwe lengtestrepen. Als ze volgroeid zijn verpoppen ze zich en vanaf juni zou je de vlinders kunnen zien vliegen. Klik voor meer info en foto’s hier.
We waren erg blij met deze vondst en hopen misschien later ook de rupsen aan te treffen.
